LED-belichting verbruikt doorgaans 40 tot 50 procent minder elektriciteit dan traditionele SON-T-armaturen bij een vergelijkbare lichtopbrengst in micromol per joule. Dit verschil is het directe gevolg van een hogere lichtefficiëntie: moderne LED-armaturen zetten een groter deel van de ingevoerde energie om in bruikbaar plantlicht, terwijl SON-T een aanzienlijk deel verliest als warmte. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over het energieverbruik van beide belichtingstechnieken, de financiële impact en wanneer een overstap zinvol is.
Hoeveel energie verbruikt SON-T ten opzichte van LED?
SON-T-lampen hebben een lichtefficiëntie van ruwweg 1,7 tot 1,9 micromol per joule, terwijl moderne LED-armaturen voor tuinbouwtoepassingen uitkomen op 3,0 tot 3,5 micromol per joule of meer. Om dezelfde hoeveelheid licht te leveren heeft een SON-T-installatie dus bijna dubbel zoveel elektrisch vermogen nodig als een vergelijkbare LED-opstelling. In de praktijk betekent dit dat een kas die volledig op SON-T draait per belichtingsuur aanzienlijk meer kilowattuur verbruikt dan een kas met LED.
Het verschil wordt nog groter naarmate de belichtingsduur toeneemt. Bij gewassen die intensief worden belicht, zoals tomaat of paprika, kunnen de branduren oplopen tot 4.000 uur per jaar of meer. Over zo’n lange periode telt elk procentpunt efficiëntievoordeel zwaar mee in de totale stroomrekening. SON-T is een bewezen en robuuste technologie, maar de elektrotechniek in de tuinbouw heeft de afgelopen jaren een enorme stap gezet richting hogere efficiëntie, en LED profiteert daar het meest van.
Wat kost het verschil in stroomverbruik op jaarbasis?
De exacte besparing op jaarbasis hangt af van het geïnstalleerde vermogen, het aantal branduren en de actuele stroomprijs, maar als indicatie: bij een installatie van 100 watt per vierkante meter SON-T en een overstap naar een vergelijkbare LED-oplossing kan de besparing op jaarbasis uitkomen tussen de 30 en 50 procent van de belichtingskosten. Bij grote kassen met intensieve belichting loopt dat al snel op tot tienduizenden euro’s per jaar.
Naast het directe stroomverbruik spelen ook netkosten en piekbelasting een rol. SON-T-armaturen trekken bij het opstarten een hogere stroom, wat kan leiden tot hogere netkosten bij energieleveranciers die werken met een vermogenstarief. LED-systemen zijn beter te dimmen en te sturen, waardoor pieken in het stroomverbruik worden afgevlakt. Dit levert indirect ook een kostenbesparing op, ook al staat die niet altijd rechtstreeks op de energierekening.
Wil je weten wat de besparing concreet betekent voor jouw situatie? Onze specialisten rekenen het graag met je door. Neem gerust contact met ons op voor een vrijblijvende analyse.
Heeft SON-T-warmteproductie invloed op het energieverbruik in de kas?
Ja, de warmteproductie van SON-T heeft een directe invloed op het totale energieverbruik in de kas, maar die relatie is tweezijdig. In de winter kan de warmte die SON-T-lampen afgeven bijdragen aan de kasverwarming, waardoor de verwarmingsinstallatie minder hoeft te werken. In de zomer is diezelfde warmte een nadeel: de kas wordt warmer dan gewenst, waardoor de klimaatbeheersing harder moet werken om de temperatuur op peil te houden.
LED-armaturen produceren nauwelijks stralingswarmte richting het gewas. De warmte die ze wel afgeven, zit grotendeels in de behuizing en kan via watergekoelde systemen worden afgevoerd of hergebruikt. Dit geeft de teler meer controle over het kasklimaat, onafhankelijk van de belichting. In moderne, goed geïsoleerde kassen weegt dit voordeel zwaarder dan het vroeger deed, omdat de warmtebehoefte in de winter steeds vaker op andere manieren wordt ingevuld, bijvoorbeeld via warmtepompen of warmte-krachtkoppeling.
Het netto-effect van de warmteproductie op het totale energieverbruik is dus sterk afhankelijk van het seizoen, het gewas en de klimaatstrategie. Voor een volledig beeld is het verstandig om belichting en klimaatbeheersing als één geïntegreerd systeem te benaderen in plaats van als losse onderdelen.
Welke belichtingstechniek past bij welk gewas en teeltdoel?
LED is inmiddels geschikt voor vrijwel alle tuinbouwgewassen, maar de keuze tussen SON-T en LED hangt af van het gewas, de teeltstrategie en de specifieke lichtbehoefte. Voor gewassen die veel baat hebben bij een specifiek lichtspectrum, zoals sla, kruiden en jonge planten, is LED vrijwel altijd de betere keuze vanwege de mogelijkheid om het spectrum nauwkeurig af te stemmen. Bij vruchtgroenten zoals tomaat, paprika en komkommer wordt LED steeds vaker toegepast, ook als hoofdbelichting.
Gewassen waarbij LED duidelijke voordelen biedt
Bij teelten waar het lichtspectrum direct invloed heeft op kwaliteit, houdbaarheid of smaak, zoals bij sla, basilicum of aardbei, levert LED meetbare meerwaarde. De mogelijkheid om rood, blauw en verrood licht te sturen geeft de teler extra knoppen om aan te draaien. Ook bij jonge plantopkweek en vermeerdering is LED de standaard geworden, omdat de warmtebelasting op kwetsbare planten minimaal is.
Situaties waar SON-T nog relevant kan zijn
In bestaande situaties waar de SON-T-installatie nog in goede staat verkeert en de afschrijving bijna is afgerond, kan het financieel verstandig zijn om nog enkele jaren door te draaien voordat wordt overgestapt. Ook in kassen waar de extra warmteproductie van SON-T in de winter structureel wordt benut als onderdeel van de warmtestrategie, verdient de afweging extra aandacht. Dat betekent niet dat SON-T de betere keuze is, maar wel dat de businesscase zorgvuldig moet worden doorgerekend.
Wanneer is overstappen van SON-T naar LED financieel verstandig?
Een overstap van SON-T naar LED is financieel verstandig wanneer de terugverdientijd van de investering past binnen de resterende economische levensduur van de teelt en de kas. In de praktijk ligt de terugverdientijd van een LED-omschakeling in de glastuinbouw vaak tussen de drie en zeven jaar, afhankelijk van het vermogen, de branduren, de stroomprijs en eventuele subsidies of fiscale regelingen zoals de EIA (Energie-investeringsaftrek).
Een aantal concrete situaties waarbij de overstap financieel aantrekkelijk is:
- De bestaande SON-T-armaturen naderen het einde van hun technische levensduur en vervanging is sowieso nodig.
- Het energieverbruik voor belichting vormt een substantieel deel van de totale bedrijfskosten en de stroomprijs is hoog.
- Er zijn plannen voor uitbreiding of nieuwbouw, waarbij LED standaard wordt meegenomen in het ontwerp.
- Het bedrijf wil voldoen aan toekomstige duurzaamheidseisen of streeft naar een lagere CO2-voetafdruk.
- Er zijn subsidies of fiscale voordelen beschikbaar die de initiële investering verlagen.
Bij nieuwbouw is de keuze voor LED inmiddels vrijwel vanzelfsprekend. Bij renovatie of vervanging verdient de afweging meer aandacht. Wij helpen telers bij het doorrekenen van de businesscase en het kiezen van de juiste belichtingsstrategie, afgestemd op gewas, teeltdoel en bedrijfssituatie. Meer weten over wat HCTS voor jouw bedrijf kan betekenen op het gebied van elektrotechniek in de tuinbouw? We denken graag met je mee.
Veelgestelde vragen
Hoe lang gaan LED-armaturen mee in vergelijking met SON-T-lampen?
Moderne LED-armaturen voor tuinbouwtoepassingen hebben een technische levensduur van doorgaans 50.000 tot 100.000 branduren, terwijl SON-T-lampen gemiddeld uitkomen op 20.000 tot 30.000 branduren. Dit betekent dat LED-armaturen bij intensief gebruik twee tot drie keer langer meegaan, wat de hogere aanschafprijs gedeeltelijk compenseert. Bovendien neemt de lichtopbrengst van SON-T-lampen sneller af naarmate ze ouder worden, waardoor ze eerder vervangen moeten worden om de gewenste lichtintensiteit te handhaven.
Kan ik mijn bestaande SON-T-installatie gedeeltelijk vervangen door LED, of moet ik alles in één keer omschakelen?
Een gefaseerde omschakeling is zeker mogelijk en wordt in de praktijk regelmatig toegepast, bijvoorbeeld per afdeling of per teeltruimte. Dit spreidt de investering over meerdere jaren en geeft je de mogelijkheid om ervaring op te doen met LED voordat je het hele bedrijf omzet. Houd er wel rekening mee dat gemengde installaties met SON-T en LED in dezelfde ruimte kunnen leiden tot ongelijkmatige lichtverdelingen en complexere klimaatregeling, dus een goede technische begeleiding is bij een hybride aanpak aan te raden.
Welke subsidies of fiscale regelingen zijn er beschikbaar voor de overstap naar LED in de glastuinbouw?
De meest relevante regeling is de Energie-investeringsaftrek (EIA), waarmee je een deel van de investering in energiezuinige bedrijfsmiddelen fiscaal kunt aftrekken van de winst. Daarnaast zijn er soms provinciale of Europese subsidies beschikbaar voor verduurzaming in de glastuinbouw, afhankelijk van de regio en het type bedrijf. Het is verstandig om bij de aanvraag van een nieuwe installatie altijd een adviseur of de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) te raadplegen, zodat je geen regelingen misloopt die van toepassing kunnen zijn op jouw situatie.
Heeft de overstap naar LED invloed op de groei of kwaliteit van mijn gewas?
In de meeste gevallen heeft de overstap naar LED een neutraal tot positief effect op gewasgroei en kwaliteit, mits het nieuwe lichtspectrum goed is afgestemd op het specifieke gewas en de teeltfase. Een veelgemaakte fout is het klakkeloos vervangen van SON-T door LED zonder het spectrum en de lichtintensiteit opnieuw te optimaliseren, wat tijdelijk kan leiden tot onverwachte reacties in het gewas. Het is daarom verstandig om bij de overstap samen te werken met een specialist die ervaring heeft met zowel de belichtingstechniek als de fysiologie van het betreffende gewas.
Hoe zit het met de dimfunctie van LED: levert dat daadwerkelijk extra energiebesparing op?
Ja, de dimmogelijkheid van LED-systemen levert in de praktijk een meetbare extra energiebesparing op, vooral in combinatie met daglichtregeling. Wanneer er voldoende natuurlijk licht beschikbaar is, kan de LED-installatie automatisch terugdimmen tot het gewenste totale lichtniveau, waardoor onnodig stroomverbruik wordt vermeden. SON-T-lampen zijn slecht dimbaar en worden daarom vrijwel altijd op vol vermogen gedraaid, ongeacht de hoeveelheid daglicht, wat bij wisselende weersomstandigheden leidt tot structureel overbelichting en onnodig hoge energiekosten.
Wat zijn de meest voorkomende fouten bij de overstap van SON-T naar LED?
Een veelvoorkomende fout is het uitsluitend vergelijken op wattage in plaats van op lichtopbrengst in micromol per seconde per vierkante meter, waardoor telers soms te weinig LED-vermogen installeren en een lichttekort ontstaat. Andere fouten zijn het onderschatten van de installatiekosten voor aanpassingen aan de elektrische infrastructuur, het niet meenemen van de klimaatregeling in de planning en het kiezen van armaturen op basis van prijs alleen zonder te letten op spectrum, uniformiteit en garantievoorwaarden. Een gedegen voortraject met technische berekeningen en een proefopstelling voorkomt de meeste van deze valkuilen.
Hoe meet ik of mijn nieuwe LED-installatie daadwerkelijk presteert zoals beloofd?
De meest betrouwbare manier is het meten van de PPFD-waarden (Photosynthetic Photon Flux Density, uitgedrukt in micromol per seconde per vierkante meter) op gewashoogte met een gekalibreerde PAR-meter, bij voorkeur op meerdere meetpunten verspreid over de teeltruimte. Vergelijk deze metingen met de specificaties en de beloofde lichtuniformiteit uit het ontwerp, en herhaal de meting na enkele maanden gebruik om lichtdegradatie te monitoren. Vraag bij de installateur ook om de energiemetingen van het werkelijke stroomverbruik, zodat je de berekende efficiëntie kunt toetsen aan de werkelijke prestaties in jouw specifieke situatie.